Al bij de landing zie je de Etna liggen en dan weet je: dit wordt een bijzondere reis!
In september 2025 reisde ik met een groep collega's van Travel Counsellors vijf dagen door het oosten van Sicilië. Van het chique Taormina en de mistige Etna tot een kookworkshop bij Noto en de sfeervolle straatjes van Siracusa en Catania: dit is ons verslag, inclusief de tips die ik mijn klanten nu meegeef.
Je merkt meteen dat je in Italië bent zodra je de huurauto ophaalt. Op
Siciliaanse wegen wordt ineens achteruitgereden, links én rechts ingehaald en
geldt een beetje brutaliteit als rijstijl. Rijd rustig, kijk goed om je heen en
je went er snel aan.
Onze eerste stop was Taormina, hoog tegen de berg gebouwd. Knusse straatjes vol
winkeltjes en restaurants, en het beroemde antieke theater. Mijn tip: parkeer
in een garage buiten het centrum en neem de shuttlebus naar boven. Dat scheelt
je een hoop gedoe met steile wegen en krappe plekjes. Laat daarna vooral tijd
over voor la dolce vita: een echt Italiaans ijsje, een proeverij pistachelikeur
(er ging een flesje mee naar huis) en een Spritz met een borrelplank op een
terrasje.
De Etna bleek onvoorspelbaar. Bij de parkeerplaats waan je je in een skioord,
met houten kraampjes, restaurants en een kabelbaan die je bijna naar de top
brengt. Wij hadden pech: boven was het mist, mist en nog eens mist. De krater
hebben we dus niet gezien. Ga je zelf? Check dan vooraf het weer en de webcam.
En staat er een lange rij bij het ticketkantoor, kijk dan even verderop: wij
werden in een klein kantoortje veel sneller geholpen.
Het zuidoosten van het eiland verraste me het meest. We verbleven in een
masseria bij Noto, een echt pareltje met zwembad en ligbedden. Werken op een
strandbedje met een glas wijn erbij, daar klaag je niet over. Wel hilarisch:
drie dames, één kamer en één kwijtgeraakte sleutel. Dat eindigde met een tocht
door andermans tuin en een klimpartij over een muurtje. De tranen liepen over m’n
wangen, in tijden niet zo gelachten.
Noto zelf is een barok sprookje, met prachtige gebouwen, beschilderde trappen
in de steegjes en een kathedraal met een schitterend plafond en glas-in-lood.
's Avonds aten we verse zeebaars in Marzamemi, een sfeervol vissersplaatsje vol
gezellige restaurantjes.
Het hoogtepunt van de reis was voor mij de kookworkshop bij een agriturismo in
de heuvels. Je kookt gewoon bij een echtpaar thuis, in hun eigen keuken.
Gastvrij, een tikkeltje chaotisch en heel erg leuk. Met een schort om maakten
we pasta, aubergine in tomatensaus en zelfgerolde cannoli. We leerden dat een
snufje baking soda de bitterheid uit tomatensaus haalt, en dat je met olijfolie
van eigen land niet zuinig hoeft te zijn. Tussendoor proefden we zongedroogde
tomaatjes, caponata en huisgemaakte wijn. Onze chef Giusi vroeg ondertussen
steeds haar Alexa om een vertaling, hilarisch!
De laatste dag reden we via Siracusa naar Catania. Op het historische
schiereiland slenterden we door de straatjes en aten we een antipastischotel
die eigenlijk een complete proeverij was. Siracusa is echt een aanrader.
In Catania vonden we een B&B op loopafstand van sfeervolle straatjes vol
restaurants. En natuurlijk sloten we af met ijs: de smaak Sicilian Gold was bij
iedereen favoriet.
Ik kom thuis met een koffer vol inspiratie en een flesje pistachelikeur. Sicilië combineert cultuur, natuur en heerlijk eten op een manier die je niet snel vergeet. Zin gekregen om het eiland zelf te ontdekken? Ik vertel je er graag meer over en stel een reis samen die helemaal bij jou past.